Uitgangspunten en doelstellingen

Identiteit
De Wilhelminaschool heeft een protestants-christelijke identiteit, die tot uiting komt in godsdienstonderwijs, het vertellen van Bijbel­verhalen en het zingen van christelijke liedjes. De school probeert de identiteit ook tastbaar te maken in een positieve sfeer, in de omgang met en zorg voor elkaar en de omgeving. Daarin past tevens respect voor de ander en voor andere overtuigingen.

Centraal staat een optimale zorg voor de ontwikkeling van de leerling, die spelend en lerend op weg is naar volwassenheid. Het gaat daarbij naast verwerving van kennis om de ontwikkeling van sociale vaardigheden, creativiteit en eigen initiatief. Aan de ene kant houdt de school rekening met de mogelijkheden en interesses van het individu, aan de andere kant wil de school voor iedere leerling een basispakket van kennis en vaardigheden aanreiken. 

Voorop staat dat in de groepen veiligheid bestaat als basis voor de ontwikkeling van het zelfvertrouwen van de leerlingen. In zo’n veilige groep leren de kinderen zelfstandig keuzes te maken. Het streven is verder naar rust en duidelijkheid in de omgang met de kinderen. 
De duidelijkheid uit zich in het aanleren van normen en waarden, onder andere met behulp van de methode ‘Leefstijl’. Dat is een les­methode voor sociaal-emotionele vorming, voor de leerlingen van groep 1 tot en met 8. 

Allochtone leerlingen
De Wilhelminaschool biedt ook plaats aan allochtone leerlingen. Wij streven ernaar dat binnen de groepen de verhouding tussen autochtone en allochtone leerlingen zodanig is, dat een evenwichtige integratie en goed onderwijs kunnen plaatsvinden.
Leerlingen met een taalachterstand krijgen extra aandacht in de groep. Dit geldt zowel voor allochtone als autochtone leerlingen.

Organisatie
De school werkt kindgericht in klassikaal verband. Binnen de groepen is ruimte voor het werken op verschillende niveaus en voor een individuele aanpak. De groepen worden zo klein mogelijk gehouden, zodat ieder kind kan rekenen op voldoende persoonlijke aandacht. Bij aanname van leerlingen wordt gelet op de zorg die een kind nodig heeft. De leerlingen die extra hulp nodig hebben, worden zoveel mogelijk in de groep begeleid. 
Aandacht voor zelfstandig werken is een belangrijke prioriteit. Uit onderzoek is gebleken dat het voor de ontwikkeling van de leerlingen belangrijk is hier vroeg mee te beginnen. Onderwijsmethodes die zijn geënt op een zekere mate van zelfstandig werken, bieden bovendien de mogelijkheid om op een goede manier om te gaan met de niveau­verschillen tussen de leerlingen (adaptief onderwijs).
Er wordt in de groepen 1 en 2 met een planbord gewerkt en in de overige groepen met weektaken.
De school kent een ‘leerlingvolgsysteem’, waarin de vorderingen van de leerling worden bijgehouden. Voor de uitvallende leerlingen wordt een handelingsplan gemaakt om gericht hulp te bieden. De intern begeleider van de school coördineert dit. Zij is daarvoor een aantal dagen vrijgeroosterd.

Ouders werken onder begeleiding van de leerkrachten regelmatig mee aan bepaalde onderwijsondersteunende activiteiten. Alle ouders worden ieder jaar in de gelegenheid gesteld zich hiervoor aan te melden. Er zijn veel ouders betrokken bij alles wat er in en rond de school gebeurt. 
<<Terug